fbpx

‘IK MOET MIJN VADER AF EN TOE ZEGGEN DAT WE GEEN MONA LISA AAN HET MAKEN ZIJN’

07 september, 2021

Foto’s: Yolanda Simarro

Voor het tweede deel van de serie Op Het Droge zochten we met onze fotografe Yolanda Simarro spelers op van de selectie van aankomend jaar. Om vast te leggen hoe zij hun maanden op het droge beleefd hebben en om meer te weten te komen over waar zij zich, voor en na ijshockey, op het droge mee bezighouden. Thuis en van huis, voor de baas en voor henzelf.

Al bijna zijn gehele leven is Marino Bakker in de wintermaanden op de Jaap Edenbaan te vinden. De rustige, joviale en bescheiden oer-Amsterdamse Defense-speler werd op zijn derde al door zijn ouders met doorlopertjes op het ijs gezet. De stick die hij niet veel later in de hand kreeg gedrukt liet hij, op wat noodzakelijke upgrades na, zelden meer los. In zo’n acht jaar op het hoogste ijshockeypodium groeide hij op de achtergrond uit tot een van de steunpilaren van de Amsterdamse ijshockeyselectie. Het defensieve slot op de deur, betrouwbaar als Heras-hekwerk.

Marino is, anders dan zijn achternaam misschien doet vermoeden, op het droge uitgegroeid tot een bedreven schilder. Samen met zijn vader Maurice voorziet hij menig Amsterdams pand van retestrak binnen- en buitenwerk. Op Het Droge is dan ook eigenlijk een grote advertentie voor M. Bakker Klusbedrijf. “Wat ik wil zeggen tegen de Tigers-fans die nog een schilderklusje hebben liggen?” Met een knipoog: “Het zou na het lezen van dit stuk niet meer nodig moeten zijn om dat uit te hoeven leggen.” Een paar maanden geleden, toen de airco’s nog aanstonden om de nachten dragelijk te maken, zochten we Marino op om meer over zijn leven buiten het ijs te weten te komen. We komen Marino en Maurice niet geheel toevallig tegen in de steigers, die aan het einde van de Rijnstraat vijf verdiepingen hoog tegen een van de gevels staan opgesteld. Ze zijn er voor een grote schilderklus van een week over vijf. Het begint lekker. Fotografe Yolanda heeft last van hoogtevrees en moet doodsangsten overwinnen om over de nauwe trapjes naar de bovenste verdieping te klauteren, waar vader en zoon op dat moment aan het lakken zijn. De mannen zijn geduldig, behulpzaam en begripvol en helpen onderweg een handje waar nodig. “Die arme vrouw.”

Maurice en Marino. Vader en zoon, compagnons en vrienden. De levens van de twee mannen lopen al een leven lang parallel. Na het gezamenlijke ontbijt – moeder Myra verzorgt ‘s ochtends de broodtrommels – rijden ze samen in de bus naar werk, waar ze samen de boel opbouwen en klaarzetten, om vervolgens schouder aan schouder te schuren en te schilderen. Daarna samen inladen, naar huis, allebei even een tukkie doen op de bank, voordat mes en vork in het avondeten worden gezet. In de avond splitsen zo nu en dan zowaar de wegen, als Marino zich naar de Jaap Edenhal begeeft, op een steenworp afstand van het ouderlijk huis. Eat, train, sleep, work, sleep, repeat. En dat in de meeste gevallen synchroon. “Onze levens lijken inderdaad verdacht veel op elkaar.”

Dat is een understatement. Bijna ieder weekend ruilen ze gezamenlijk het stadse leven in Watergraafsmeer in voor hun caravan op de camping in Opmeer. Marino aan de ene kant van het pad, pa en ma aan de andere kant. “We noemen het altijd de caravan, maar eigenlijk is het een groot chalet. Mensen denken altijd dat we met een wc-rol onder de arm naar het toilet gaan, maar dat valt gelukkig mee.” Hij is er graag. “Het is een heerlijke plek om even tot rust te komen, zeker omdat ik hier een plekkie voor mezelf heb.”

Ook Marino’s ijshockeykameraad Rocco slaapt op het park, een laantje verder. “Al zo lang ik me kan herinneren zien we elkaar in de winter op de ijsbaan en in de zomer op de camping. Vroeger voor huttenkampen en Eye of the Tiger op de playbackshow, inmiddels vooral voor een biertje en een filmpje.” Er wordt ook werk verzet door de heren; ze bundelen regelmatig de krachten om de hutten te pimpen. “We hebben de afgelopen jaren alles opgeknapt bij elkaar. Hij heeft mij geholpen met mijn nieuwe badkamer en bestrating en ik heb laatst de voorkant van zijn caravan geschilderd. Voor dat klusje heb ik pa maar niet gevraagd.”

Het is haast ondenkbaar, maar Marino vormt niet zijn gehele leven een schildertandem met zijn vader. De kwast moest na zijn middelbareschooltijd nog plaatsmaken voor de spatel. “Nadat ik de banketbakkersschool had afgerond, ben ik op mijn zestiende de koksopleiding gaan doen. Ik werd rond die tijd ook door Ron Berteling voor het eerste team van de toenmalige G’s geselecteerd. Dat bracht me een beetje in de problemen: door de avonduren in de keuken kwamen de ijshockeytrainingen al snel in het geding. Gelukkig kon ik voor mijn stage terecht in de keuken van Ajax, op de Toekomst, waar ik onderdeel was van de ploeg die voor alle jeugdteams en het personeel de maaltijd voorbereidde. Ik mocht er op tijd weg om te kunnen trainen. Een echt topsportklimaat, waar rekening gehouden werd met mijn intensieve sportschema.”

POWERPLAYVRAGEN

FAVORIETE BIJNAAM?

Marien/Rinus.

FAVORIET RUGNUMMER?

#5.

BIJGELOOF?

Heb ik niet, maar ik doe wel altijd de zelfde dingen voor de wedstrijd.

STICK FLEX?

85 flex.

EERSTE KEER OP HET IJS?

2 jaar.

FAVORIETE NHL-TEAM OP DIT MOMENT?

Edmonton Oilers.

BESTE NHL-SPELER VAN DIT MOMENT?

Connor McDavid.

BESTE NEDERLANDSE SPELER VAN DIT MOMENT?

Daniel Sprong.

BESTE SPELER OOIT?

Wayne Gretzky is voor mij van jongs af aan al de beste speler ooit.

FAVORIETE IJSHOCKEYJERSEY OOIT?

Chicago Blackhawks en San Jose Sharks.

MOOISTE GOAL OOIT GEZIEN?

Ik weet nog dat ik als jonge jongen naar de ijshockey ging. Ik zag daar John een penalty nemen waarbij hij voor het goal remde, helemaal omdraaide en toen scoorde. Die heeft de meeste indruk op me gemaakt.

FAVORIETE GOAL OOIT GESCOORD?

Ik scoor bijna nooit. Ik zou willen zeggen de eerste goal op het hoogste niveau, maar eerlijk gezegd heb ik geen idee meer hoe ik ‘m maakte en tegen wie het was.

DE BESTE ASSIST KRIJG JE VAN…?

Mackie.

1-OP-1 IS ALTIJD EEN GOAL BIJ…?

Onze topper John.

GRAPPIGSTE IN DE KLEEDKAMER?

Luca, Stef en Rocco.

GEBOREN LEIDER?

Tobias.

STINKENDE SPULLEN?

Jasper.

BESTE KAPSEL?

Lance.

BESTE SPELER WAAR JE OOIT MEE HEBT GESPEELD?

Ron Berteling.

BESTE SPELER WAAR JE OOIT TEGEN HEBT GESPEELD?

Ik speelde in 2012/2013 in Tilburg met Dale Weise, die naar Tilburg ging vanwege de NHL-lock-out. Dat was een ander niveau.

GROTE FINALE, OVERTIME SHOOTHOUT, 1-OP-1 VOOR DE TROFEE. WAAR SCHIET JE?

Linksonder.

IJSHOCKEYDROOM?

Dit jaar kampioen worden.

Even daarna reed hij in kostuum in een Mercedes van de city naar het vliegveld. “Ik heb daarna nog even als taxichauffeur rondgereden, voor de Schiphol Hotel Shuttle en in de businesstaxi. Mensen ophalen en prive naar het vliegveld brengen. Dat was als jonge jongen leuk om te doen. Mijn vader kreeg het in die tijd steeds drukker en steeds als ik geen taxiklus had hielp ik hem met schilderen.” Dat mondde uiteindelijk uit in een fusie: in 2016 gingen vader en zoon door als compagnons in hun gezamenlijke vennootschap. “Daar was ik inmiddels goed genoeg voor bevonden, haha.”

Samen trekken ze met hun schildergerei ten strijde. Ze frissen sociale huurwoningen op, geven historische gevels weer glans en sauzen met chirurgische precisie als ze op bezoek zijn voor een particuliere klus. “Zeker bij mensen thuis werken we heel erg netjes – ik moet mijn vader af en toe zelfs zeggen dat we geen Mona Lisa aan het maken zijn. En we zorgen er ook voor dat mensen geen last van ons hebben. We zetten de radio niet aan als mensen thuis zijn en we schreeuwen ook nooit naar mekaar. En eigenlijk gaan we net zo perfectionistisch te werk als we het buitenwerk van historische panden in de binnenstad opkalefateren.”

Dat gaat vaak, maar niet altijd van een leien dakje. “Schilderen daar is in sommige opzichten een drama. Voor de Beurs van Berlage waren we aan het rotzooien met een lintje en een steiger zodat toeristen hun nieuwe North Face niet aan de natte deurposten en kozijnen besmeurden. Moet jij raden wat er nog geen tien minuten later gebeurde.”

Aan de grachten komt het overigens van pas dat de gehele familie Bakker inzetbaar is. “Het is onmogelijk om je bus in de buurt te parkeren, dus je loopt als een idioot te sjouwen met al je spullen. Vaak zet opa ons dan ‘s ochtends even af.” Na afloop van een klus maakt vooral trots zich van Marino meester. “Als je een keertje langsfietst is het heel leuk om te zien dat het er allemaal nog netjes uitziet. Je doet wat voor de stad en je helpt de mensen een handje om lekker in hun huis te kunnen wonen.” Marino is het schilderen dan ook nog lang niet zat en ook het werken met pa gaat nog niet vervelen. Lachend: “Nee, zeker niet. En dat zeg ik niet omdat ‘ie nu hier naast me staat.” Wie trouwens denkt dat twee schilderende Amsterdammers met sterke familiebanden wel dagelijks verzeild moeten raken in gekibbel en gezeik heeft het mis. “Het gaat altijd goed en we kunnen alles tegen mekaar zeggen. Pa staat zelfs open voor feedback.” Over wat zijn feedback dan meestal inhoudt doet Marino een beetje geheimzinnig. “Laten we zeggen dat ‘ie van mij zo nu en dan wel ietsje minder zijn best mag doen.”

Dan nog even de alom bekende koffiekwestie, de graadmeter voor een fijne klus van iedere klusjesman die aan huis komt: krijgen ze een bakkie… en kan er een koekje vanaf? “Het wisselt. Van de ene krijgen we ingewikkelde koffie en biscuit, van de ander krijgen we een bak zwarte drek en soms krijgen we helemaal niks. Dan zie je een nespressomachine met cupjes – dat heb je al gezien, dat is gewoon zo – en dan vragen ze of je een bakkie wil. Ja, tuurlijk. Lekker. Krijg je vervolgens oploskoffie in een poeierding met kokend water. Of je hoort die bonenmaler gaan de hele week. Zegt mijn vader tegen mij: “Lekker, beetje suiker erin. Maar die koffie komt natuurlijk niet – dan zitten we de hele week zonder. Ook op de laatste dag, toen we zijn keuken aan het schilderen waren. Hij zal wel komen voor zijn koffie, dachten we. Gek genoeg had hij er die dag ineens geen trek meer in. Ach, het maakt ook niets uit. We redden het altijd met onze eigen boterhammen en als het kan ons eigen koffiezetapparaatje.”

Het komt ook nog weleens voor dat de twee koffieconnaisseurs een genereus aanbod afslaan. “Soms is het ergens zo smerig dat we het liever bij onze eigen consumpties houden.” Dat hoeft niet ergens in een achterkamer afgestemd te worden. “We hebben aan een blik voldoende om dat van mekaar te weten. Nee, dank u wel, mevrouw.”

En koffie kan ook een hoop rotzooi geven. Marino en Maurice laten het huis echter op alle vlakken netjes achter. Dat betekent ook dat als de koffie echt zijn tol dreigt te eisen, de heren liever ophouden. “Neeee, dan rij ik liever naar huis toe. Wij doen dat niet, echt niet. Nee, ik hou daar niet van. Ik hou het liever op en dan ga ik lekker naar huis.” Nee, nee, de Bakkers zijn overduidelijk geen kakkers. Naast vakmanschap, hartelijkheid en stevige kwasten een waardevol en inmiddels erkend USP van M. Bakker Klusbedrijf.